Cardiologie

Hartziekten zijn in de westerse wereld nog altijd de belangrijkste doodsoorzaak onder de volwassen bevolking.

De cardiologie is het medische specialisme dat zich bezighoudt met het opsporen, diagnosticeren en behandelen van de verschillende ziekten van het hart.

Iedere arts van ons team is opgeleid in de algemene cardiologie en u kan bij elk van hen terecht, met om het even welke vraag over hartziekten.

Zoals echter voor elke tak van de gezondheid, bestaat er ook binnen de cardiologie een doorgedreven specialisatie. In de rubriek "Wat doen we" komt u meer te weten over deze specialisaties.


Tijdens een raadpleging cardiologie tracht de cardioloog om de meeste klachten van de patiënt te verklaren en zo nodig te behandelen.
Naast de ondervraging en het fysisch onderzoek, maakt hij gebruik van het elektrocardiogram, de inspanningsproef en de holterregistratie.
Bij alle cardiologen van het CHVZ kan u terecht voor een cardiologisch consult.

<Top>



Medische beeldvorming wordt vaak door de artsen gebruikt om een diagnose te verfijnen.
De cardiologen die zich hierin vervolmaakt hebben zijn Profs. Steven Droogmans, Caroline Weytjens en Drs. Dirk Kerkhove en Daniele Plein.

Aan de hand van deze onderzoeken kan men tot een correcte diagnose komen en wordt de patiënt, zo nodig, door-gestuurd naar de hartchirurg of de interventionele cardioloog.

Hieronder vindt u een woordje uitleg over de belangrijkste technieken:

 

Echocardiografie

Dit is een techniek waarbij met ultrasone geluidsgolven bewegende beelden van het hart worden gemaakt.De geluidsgolven worden uitgezonden door een sonde (of transducer) die over de borstkas wordt bewogen. Het geluid wordt teruggekaatst door het weefsel van de hartspier en de hartkleppen en wordt omgezet in een bewegend beeld op de monitor.
Tijdens het onderzoek kijkt de arts naar de grootte en het functioneren van het hart en worden lekkende hartkleppen en andere aandoeningen van het hart opgespoord, zoals aangeboren hartaandoeningen.
Dit onderzoek geeft dan ook een duidelijk beeld van de grootte van de verschillende hartkamers, de wanddikte, de functie van de hartkleppen, de snelheid en richting van de bloedstroom en de druk in het hart en de longslagaders.
Zo kan na een hartaanval de ernst en de locatie van de getroffen zone precies worden bepaald. Dit onderzoek is volstrekt pijnloos en onschadelijk.

Magnetische resonantie (MR)

De magnetische resonantie maakt gebruik van een magneetveld en radiogolven (geen röntgenstralen) die bepaalde signalen opwekken in het lichaam.
Tijdens het onderzoek ligt de patiënt op een tafel die in de MR-tunnel schuift.
Aan de hand van de opgenomen beelden berekent de computer de samenstelling van de verschillende weefsels en geeft deze weer in de vorm van een doorsnede.


Coronaire CT scan

Om duidelijke beelden te maken, gebruikt men voor het verrichten van een coronaire CT scan een contrastproduct en röntgenstralen. Via een hoogwaardige scanner worden niet alleen de kransslagaders in beeld gebracht, maar ook andere structuren zoals de hartkleppen en de hartspier. Het onderzoek dient in de eerste plaats om een coronaire ziekte uit te sluiten.



<Top>


De afdeling hartrevalidatie helpt patiënten bij het veranderen van hun levensstijl na bijvoorbeeld een hartaanval of een hartoperatie.

Uit onderzoek is gebleken dat 90% van de hartproblemen te wijten is aan factoren waaraan de patiënt zelf iets kan doen. Het ondersteunen van patiënten aan de hand van medicatie en levensstijlaanpassing vermindert duidelijk het risico op herval en verhoogt de levensverwachting.
Als erkend hartrevalidatiecentrum begeleiden wij met ons multidisciplinair team zowel eigen patiënten als patiënten die doorverwezen zijn vanuit andere ziekenhuizen.
De revalidatiecardiologen Prof. Caroline Weytjens en Drs. Dirk Kerkhove en Benedicte Heyndrickx coördineren de hartrevalidatie. Zij werken nauw samen met 3 kinesisten (Dirk Verdaet, Peter Thys en Marlies Van Der Voorde), de klinisch psychologe (Marina Mallefroy), de sociaal-assistente (Elise De Vulder) en de diëtiste (Anne-Sophie Verloes).
Na een kennismakingsgesprek met de verschillende teamleden wordt per patiënt een individueel revalidatieplan opgesteld. Hierbij worden een aantal doelstellingen vooropgesteld:
  • Informatie bieden over de hartkwaal en de hieraan verbonden risicofactoren, alsook uitleg geven over het nut van de toegediende medicatie (die zo nodig wordt aangepast).
  • De lichamelijke conditie van de patiënt verbeteren en hem of haar begeleiding bieden bij het hernemen van de dagelijkse activiteiten. Aan de hand van de resultaten van een ergospirometrie wordt een persoonlijk trainings-schema opgesteld.
  • De patiënt informeren over gezonde voeding en eventuele specifieke dieetvereisten.
  • Psychologische begeleiding bieden voor stressmanagement (zowel stress ontstaan door de hartaandoening zelf, als de zogenaamde achtergrondstress die samenhangt met de levensomstandigheden van de patiënt).
  • Rookstopbegeleiding door de psychologe (die erkend tabakologe is).
<Top>
Door de veroudering van de bevolking stijgt het aantal patiënten met hartfalen aanzienlijk.
Wanneer de levensverwachting en -kwaliteit van deze patiënten vermindert, gaat dit gepaard met frequente hospitalisaties die kunnen leiden tot een hoge maatschappelijke kost.
Het doel van de Hartfalenkliniek is dan ook om de patiënt en zijn naasten zo goed mogelijk in te lichten over de verschillende aspecten van zijn ziekte (symptomen, medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling) enerzijds, en de patiënt in samenwerking met de huisarts te begeleiden teneinde veelvuldige ziekenhuisopnames te vermijden, anderzijds.
De aandacht gaat vooral naar het verbeteren van de therapietrouw (correcte inname van de medicatie) en naar vroegtijdige symptoomherkenning.De patiënt leert ook hoe hij moet reageren wanneer hij bepaalde symptomen krijgt (bv. kortademigheid, of gezwollen voeten).
Profs. Caroline Weytjens en Steven Droogmans en Dr. Daniele Plein coördineren de opvang van patiënten met hartfalen.
Zij werken hiervoor nauw samen met de hartfalenverpleegkundige, mevrouw Nancy De Laet.

In nauwe samenwerking met de huisarts wordt er gewerkt aan een optimale behandeling die individueel zal worden aangepast aan de noden van elke patiënt. De begeleiding gebeurt voornamelijk door de hartfalenverpleeg-kundige en de patiënt zal regelmatig op consultatie teruggezien worden.
Wanneer de medicamenteuze behandeling van hartfalen onvoldoende resultaten biedt, kunnen bij sterk symptomatische patiënten meer geavanceerde behandelingsmogelijkheden (resynchronisatie door middel van een driekamerpacemaker, niervervangende therapie, harttransplantatie, ...) besproken worden.

Prof. Caroline Weytjens en mevr. Nancy De Laet

De optimale samenwerking tussen de verschillende specialisten en sub-disciplines maken het mogelijk de behandeling aan te passen aan de behoefte van de patiënt.

<Top>
De sportcardiologie en de behandeling van overbelastingsletsels zijn twee belangrijke, maar zeer uiteenlopende domeinen binnen de sportgeneeskunde.
In de sportcardiologie spoort men vooral mogelijke onderliggende hartaandoeningen op, die tijdens en na het sporten voor klachten zorgen (of kunnen zorgen).
De mogelijke onderzoeken tijdens de consultatie bij de sportarts bestaan uit:

Op basis van de resultaten van deze onderzoeken zal de sportarts, dr. Frank Pauwels, een advies formuleren, of de patiënt doorverwijzen naar de cardiologen of ritmologen voor verder onderzoek en verfijning.
Sporten is en blijft een heel gezonde bezigheid, maar gaat soms gepaard met pijnklachten ter hoogte van de knie, schouder, achillespees, lage rug, enz.
Vaak is dit te wijten aan herhaaldelijke verkeerde belasting tijdens het sporten, wat resulteert in chronische overbelastingsletsels. Op basis van een uitgebreid klinisch onderzoek en eventueel aanvullende onderzoeken (echografie, radiografie, CT-scan, MRI-scan en isotopenscan) stelt de sportarts een behandeling in en verleent hij advies over specifieke sporttrainingen. Zo tracht hij de overbelastingsblessures in goede banen te leiden en kan het sporten nog lang verdergezet worden.
Voor de hartgerelateerde aandoeningen wordt er nauw samengewerkt met de dienst cardiologie en het Hearth Rhythm Management Center; voor de chronische overbelastingsblessures met de afdelingen radiologie, isotopen, orthopedie en kinesitherapie.

<Top>
De coronarografie is het meest uitgevoerde onderzoek van de interventionele cardioloog.

Het is een inwendig hartonderzoek dat de kransslagaders in beeld brengt om eventuele vernauwingen of afsluitingen op te sporen.
Het is geen operatie of behandeling, maar een pijnloos onderzoek onder plaatselijke verdoving. Daarom wordt dit ook een minimale invasieve procedure genoemd.


Via de pols of de lies schuift de cardioloog een aantal dunne buisjes (katheters) tot aan het hart. De arts kan op elk moment kijken waar de katheter zich bevindt door met een mobiele röntgenarm over het hart van de patiënt te bewegen. Het is ook met behulp van deze röntgenapparatuur dat hij beelden van de coronaire slagaders maakt.

Dankzij deze opnames kan hij eventuele vernauwingen van de kransslagaders vaststellen, alsook mogelijke afwijkingen aan de hartkleppen ontdekken.

Tijdens de procedure kan hij de vernauwingen van de slagaders dilateren en er een veertje in aanbrengen of, indien nodig, een aortakunstklep plaatsen.


Het team van de interventionele cardiologen bestaat uit Profs. Danny Schoors en Jean-François Argacha en Drs. Peter Kayaert, Jeroen Sonck en Stijn Lochy.

<Top>
De afkorting PTCA staat voor Percutane Transluminale Coronaire Angioplastie.

Tijdens de procedure ligt de patiënt volledig bij bewustzijn op de operatietafel in het cathlab. De ingreep gebeurt via de lies- of de polsslagader, die door middel van een kleine inspuiting verdoofd wordt. Het hartritme en de bloeddruk worden nauwgezet gevolgd.

Er wordt een inbrenghuls (kort buisje) in de lies- of polsslagader aangebracht waardoor een geleidekathether (lange flexibele draad) tot aan de aorta geschoven wordt. Via de aorta gaat de katheter verder tot aan de kransslagader. Een voerdraad gaat door de geleidekatheter tot aan de kransslagader, tot een stukje voorbij de vernauwing (of stenose).

Het röntgenapparaat maakt vanuit verschillende invalshoeken beelden van de kransslagaders, die getoond worden op de monitors.
Zowel de geleidekatheter als de voerdraad zijn goed waarneembaar op de monitor.



(Klik op de foto voor een groter beeld).



Door het inspuiten van een contrastvloeistof, kan men de exacte plaats van de vernauwing aanduiden. Als de voerdraad op de juiste plaats zit, schuift men de ballonkatheter tot aan de vernauwing, waar hij met een speciale pomp wordt opgeblazen.
Bij een gewone ballon, wordt de plaque tegen de bloedvatwand gedrukt zodat het bloedvat opnieuw groot genoeg is om het hart van zuurstofrijk bloed te voorzien. Vervolgens wordt de ballon leeggezogen en wordt hij over de voerdraad teruggetrokken.
(Klik op de foto voor een groter beeld).

Voor en na de dilatatie

Voor de dilatatie



Na de dilatatie




Stenting

Vaak kiest de arts ervoor om ook meteen een stent te plaatsen.
Het principe is dan hetzelfde, alleen zit er over de ballon een stent die in de vaatwand geperst wordt als de ballon zich opblaast. De stent zorgt ervoor dat het bloedvat na verloop van tijd niet opnieuw 'krimpt'.

De onderstaande animatie toont:

1. de ballonkatheter ter hoogte van de stenose

2. de ballon blaast zich op en perst de stent tegen de vaatwand

3. de stent blijft ter plaatste wanneer de katheter weggehaald wordt


<Top>
Ballonvalvuloplastie en TAVI